Bondscoach junioren Tom Lezer: ‘Het is een mooie kans om te laten zien wat ze in zich hebben’

Met het WK in Rwanda en binnenkort het EK in Frankrijk, wordt het hoog tijd om samen met Tom Leezer, bondscoach van de Nederlandse junioren, terug te blikken op de trainingsstage begin deze maand in de Ardèche. Daarnaast bespreken we met hem: wat kunnen we verwachten van de Nederlandse juniorenselectie tijdens beide kampioenschappen?

 

Wat waren de doelen die jullie met de trainingsstage in Frankrijk voor ogen hadden?

‘We wilden het EK-parcours goed verkennen, werken aan het groepsgevoel en een mooie stap fysiek zetten. Het was dus ook een pittig trainingskamp, met een aantal wedstrijdspecifieke oefeningen. Ik kijk er met een positief gevoel op terug. Iedereen is er beter uitgekomen. Aan het einde van de stage zag je bij sommige renners en rensters al: die hebben een mooie stap gemaakt. Een enkeling was misschien wat moe, maar dat is niet gek als je tien dagen hard hebt getraind.’

 

Als we het hebben over dat groepsgevoel, hoe staat dat ervoor bij de junioren mannenselectie voor het EK?

‘Gedurende de trainingsstage is het een hele homogene groep geworden. Ze zijn naar elkaar toegegroeid en zijn realistisch in hun eigen kunnen. Ze hebben één doel voor ogen: minimaal een podiumplek.’

 

Ook de junioren vrouwenselectie is in de breedte heel sterk.

‘Klopt, we hebben een aantal meiden die goed zijn in het koersen, in het positioneren en alles wat daarbij komt kijken. Zij spelen bijvoorbeeld een belangrijke rol in het opdraaien van de eerste klim zo’n 5 kilometer na de start. Het zou mooi zijn als we 1 à 2 van deze rensters in de kopgroep kunnen krijgen. Zodat als de koers losbarst, niet alleen pure klimsters zoals Megan overblijven. Als je met een aantal meiden in het oranje daar vooraan rondrijdt, dwingt dat ook respect af.’

 

Jullie hebben inmiddels het EK-parcours van zowel de wegrit als de tijdrit verkend. Wat is je opgevallen?

‘De tijdrit voor de meiden is een relatief korte en explosieve tijdrit; de aanloop is zowel glooiend als vlak, maar loopt op sommige plekken ook iets naar beneden. Je eindigt met een kort klimmetje. Met name aan het begin van de tijdrit kan je niks laten liggen. Bij de jongens is het een ander verhaal. Hun tijdrit is bijna twee keer zo lang. De eerste helft rijden ze overwegend omhoog. In combinatie met de lengte, verwacht ik dat het een slopende tijdrit wordt.’

 

‘Het parcours van de wegrit is pittig, voor zowel de meiden als de jongens. Het parcours van de jongens is nog zwaarder door een klim van 7 kilometer waar ze 2 keer overheen moeten. Daarnaast moeten ze ook nog een aantal keer een beklimming van 1,5 kilometer doen. Die hele klim is steil. Tot slot is er nog een derde, kortere beklimming. Ik verwacht dat het een slijtageslag wordt. Het zou zomaar kunnen dat de renners die bij de eerste passage van de lange klim zijn gelost, nooit meer terug in koers komen.’

 

De eerste passage van de lange beklimming zit heel kort na de start, de voet van de klim ligt op 10 kilometer van de start. Wat betekent dat voor de wedstrijd?

‘Dat betekent dat je vanaf kilometer 0 scherp moet zijn. Een goede warming-up en neutralisatie zijn dus heel belangrijk. Om een goede uitgangspositie te hebben, moet je als een van de eersten die klim opdraaien. Vervolgens kunnen we anticiperen op wat er gebeurt in de koers.’

 

Bij de meiden zit de lange beklimming niet in het parcours. Gaan we bij hen een hele andere wedstrijd zien?

‘Het is inderdaad anders. Maar ook de meiden draaien na de start al heel snel een beklimming op. Daar komt bij dat de aanloop naar de klimmetjes technisch is. Ze rijden door een dorpje heen met smalle wegen. De bocht bij de voet van de klim van 1,5 kilometer, is heel scherp. Als je op plek 100 daar de klim opdraait, sta je stil. Tegen de tijd dat je door die bocht heen bent, zijn de eerste rensters waarschijnlijk al boven.’

 

‘Je moet het jezelf dus zo makkelijk mogelijk maken door continu in koers te zijn en op de juiste positie te beginnen bij de moeilijke punten. Als je al vijf keer iets hebt moeten rechtzetten en daarna op de klim komt, dan ga je daar de prijs voor betalen. Dus daar kunnen ze elkaar, zowel de jongens als de meiden, goed in helpen.’

 

Tot slot, wat zijn jouw verwachtingen voor het EK en het WK voor de Nederlandse juniorenselectie?

‘Natuurlijk hoop dat ik dat we met een medaille naar huis gaan, maar het belangrijkste is dat ze leren van deze ervaring. We proberen de pure focus op de uitslag een beetje los te laten bij de junioren; als je alleen maar bezig bent met de uitslag, kun je je daarin ook verliezen. Het is uiteindelijk voor de rensters en renners een mooie kans om aan Europa en de wereld te laten zien wat ze in zich hebben.’

Deel dit bericht:

Scroll naar boven