Als je weet dat hij geboren en getogen is in Zeeland, verwacht je niet direct dat hij een klimmer pur sang is. Toch lijkt het parcours van het Europees kampioenschap wegwielrennen in Slovenië Sven Wisse (Goudenbod-Parkhotel Development Team) op het lijf geschreven. Hij is een van de drie eerstejaars junioren die door bondscoach Tom Leezer is geselecteerd voor het EK. We spraken met Sven een paar weken voorafgaand aan zijn EK-deelname.
Kun je het moment nog terughalen toen je door de bondscoach werd gebeld met het nieuws dat je geselecteerd bent?
‘Ik was op vakantie toen Tom mij belde. Ik had wel het vermoeden dat ik het EK of WK mocht rijden. Ik was niet euforisch, maar wel heel blij. Er waren veel jongens die dit jaar heel goed waren. Dus ik was blij toen ik hoorde dat ik bij de EK-selectie zit. Het is een gezellige en sterke groep waarmee we naar Slovenië afreizen. Met een aantal jongens heb ik al samen wedstrijden gereden. En er zitten dus drie eerstejaars junioren tussen, dat is best bijzonder.’
Hoe staat het met de zenuwen? Je hebt immers nog niet eerder een wedstrijd van dit kaliber gereden.
‘Het zorgt niet voor extra zenuwen. Ik ben me ervan bewust dat dit pas mijn eerste EK ooit is. Natuurlijk wil ik goed presteren, maar ik voel geen druk. Afgelopen winter had ik het doel om misschien dit seizoen een keer voor de Nederlandse selectie te mogen rijden. Inmiddels heb ik al meerdere Nations Cup-wedstrijden gereden en mag ik zelfs naar het EK. Het is allemaal heel snel gegaan. Ik weet wat ik kan en wat ik moet doen. Dat neem ik mee richting het EK. Als ik een slecht resultaat haal, dan baal ik daar uiteraard van, maar het is niet per se het einde van de wereld. Ik moet niet vergeten dat ik nog steeds eerstejaars ben.’
Je hebt dus al tegen internationale toppers gereden in de Nations Cup-wedstrijden?
Lachend zegt hij: ‘Ja, en dat gaat heel hard, weet ik inmiddels.’
Helpt het wel dat je die ervaring al hebt?
‘Deels. In Spanje, in Volta Castelló, heb ik heel goed gereden. Ik won de jongerentrui en werd zesde in het eindklassement. Dat laat zien dat ik goed mee kan op de beklimmingen, dus dat geeft vertrouwen. En die klimmen waren niet eens extreem steil, terwijl steilere klimmen mij nog beter liggen. Maar ik heb ook in Pays du Vaud gereden en dat ging minder goed. Daar viel ik en ging mijn fiets stuk. Ik weet dus niet wat ik op dat parcours hadden kunnen doen.’
Kun je ons meenemen in het EK-parcours?
‘Het zijn vijf rondjes van ongeveer twintig kilometer. In het rondje zit een klim van twee kilometer aan gemiddeld tien procent. Na de klim vlakt het iets af en is het wat meer heuvel op en af. Pas daarna begint de afdaling. Het is echt een zwaar rondje. Stel dat je op de klim lost, dan kun je daarna eventueel nog terugkomen. Maar als ze vooraan blijven ronddraaien en koersen, dan ben je weg.’
Wat betekent dat voor jouw voorbereiding?
‘Ik ga heel specifiek naar de wedstrijd toewerken, iets wat ik normaal nooit doe. Vaak werk je naar een periode van wedstrijden toe, nu draait alles om één dag waarop je echt goed moet zijn. De trainingsblokken die ik in de voorbereiding doe, zullen gebaseerd zijn op het EK-parcours, en dan met name op die klim die ongeveer zeven minuten duurt.’
Wat denk je dat jouw rol zal zijn tijdens de koers?
‘Het hangt een beetje af van het koersverloop. Het zou kunnen dat ik iets meer afwachtend koers, want in principe moet ik het op de klim laten zien. Daar zou ik met de betere klimmers mee moeten kunnen. De renners die wat minder klimmen zullen misschien anticiperen door al voor de klim aan te vallen.’
En waar hoop je op qua uitslag?
‘Top tien zou al een hele mooie uitslag zijn. Maar misschien word ik wel 25e , terwijl ik mijn best heb gedaan en er het maximale uit heb gehaald. Ik weet het nog niet zo goed, ook omdat ik al best een poosje niet meer gekoerst heb tegen die goede renners. Maar we gaan het zien.’